Boerderijcompostering bij Closecycle-partner Gräflich Bernstorff’sche Betriebe

Een geassocieerde partner binnen Closecycle is Gräflich Bernstorff’sche Betriebe. Zij beheren 6.000 ha bos en ongeveer 850 ha biologisch akker- en weiland.

Er wordt een ruime keuze aan verschillende soorten granen en peulvruchten verbouwd. Ze besteden bijzondere aandacht aan een duurzaam landbouwsysteem, met als doel de bodemvruchtbaarheid en de humusvorming te vergroten om het gebruik van externe inputfactoren te minimaliseren. Compost vormt hier onderdeel van. De mest van de runderen (60%) wordt samen met groenafval (40%) gecomposteerd op hun eigen boerderijcompostering. Ze produceren jaarlijks ongeveer 3.000 ton compost. Om de impact van deze compostering op het milieu via stikstofverliezen te minimaliseren riepen ze de hulp in van TUHH, een van de Closecycle-partners. Claas Boysen van TUHH doet er onderzoek naar technieken waarbij hij de percolaat gerelateerde stikstofverliezen uit de composthopen naar de bodem in kaart brengt.

Bron: Presentatie van Claas Boysen (Institute of Wastewater Management and Water Protection TUHH).


Ze testen er verschillende manieren om meer N in de hopen te houden:

  • ondergrond/lagen van verschillende houtige materialen,
  • afdekken van de composthopen,
  • hogere C/N verhouding in de composthopen,
  • houtig natuurmaaisel ipv groenafval
  • en mengen van kleimineralen in de composthopen (voor ammoniakadsorptie)

Claas concludeert voorlopig de volgende zaken uit zijn onderzoek: 

  • De impact van compostering laat een lagere ammoniak- en nitraatemissie naar de bodem zien (tot 1,0 m diepte) dan mestopslag.
  • De extra stikstofgift in de bodem door compostering is zeer laag in vergelijking met de stikstofgift door het toedienen van compost/meststoffen.
  • De deklagen van koolstofrijk materiaal vertonen een brede waaier aan efficiëntie in het verminderen van minerale stikstofemissies naar de bodem. Hoe natter de omstandigheden, hoe minder effectief ze zijn.
  • Sublayers van klei (3% Ca bentoniet) toonden een beperkte impact op de reductie van minerale N-emissies. Toch kan de adsorptie van ammoniak worden verhoogd, zodat de klei rechtstreeks in de composthopen moet worden gemengd.
  • De duur van de compostering en opslag moet zo kort mogelijk gehouden worden.
  • Weersomstandigheden tijdens compostering zijn erg bepalend voor de emissies naar de bodem. Compostering in natte omstandigheden moet vermeden worden.
  • De compostering moet op een goede manier gebeuren: voldoende zuurstof in de hopen door regelmatig keren, ideaal vochtgehalte, … Toezicht hierop is nodig.
  • Rotatie van de percelen waarop gecomposteerd wordt na iedere composteerronde is belangrijk om de minerale stikstof verliezen te minimaliseren.
Bron: Presentatie van Claas Boysen (Institute of Wastewater Management and Water Protection TUHH).