De kwaliteitsopvolging in 2024
Kwaliteit in een breed (Europees) kader
Zoals in wel meerdere beleidsdomeinen, wordt ook de afvalverwerking en de productie van compost en digestaat steeds meer aangestuurd vanuit Europa. Denk maar aan de Kaderrichtlijn Afval, de Europese Green Deal inclusief het Actieplan voor Circulaire Economie, de Soil Monitoring Law, composteerbare en vergistbare verpakkingen, de Europese Meststoffenverordening, de Nitraatrichtlijn en de voorwaarden voor RENURE-meststoffen, ... Vanuit Vlaco beschouwen we de kwaliteitsopvolging van compost- en digestaatproducten dan ook in een breder kader, zodat deze (nu en in de toekomst) Europaproof is.
De nieuwe ontwikkelingen en accenten bij de kwaliteitsopvolging worden via literatuur en in overleg, zowel binnen als buiten Vlaanderen, opgevolgd. We verbreedden onze kennis in 2024 rond niet-genormeerde verontreinigingen, PFAS, microplastics, plantpathogenen en invasieve exoten. Onder impuls van Vlaco heeft OVAM in 2024 een aanpassing uitgevoerd van het Algemeen Reglement van de Certificering. Hierbij is, naast de som van de totale onzuiverheden, nu ook een referentienorm voor plastic onzuiverheden opgenomen. Deze uitbreiding is noodzakelijk om meer specifiek de aandacht te vestigen op de plastics. De referentienorm werd gezet op < 0,25% plastics op droge stof, dat is de strengste voorwaarde uit de Europese Meststoffenverordening. Ook aan de inputzijde zijn plastics ter harte genomen via de Cmartlife-projecten C10 voor gft-verwerking en C13 bij de anaerobe vergisting. Zo hebben we in 2024 meer dan dertig analyses uitgevoerd op biomixen na ontpakking van verpakt voedselafval en zochten we zo naar betrouwbare parameters om de kwaliteit van biomixen te bepalen. Het is duidelijk geworden dat hiervoor een gecombineerde parameter (gewichtsfractie én oppervlaktemeting van de onzuiverheden via visuele beoordeling) moet worden gebruikt. De ervaring uit het Cmartlife-project wordt gebruikt om een certificeringssysteem voor biomixen als zuivere inputstroom voor vergistingsinstallaties uit te werken.
Vlaco is betrokken bij diverse onderzoeksprojecten die inzetten op circulaire meststoffen en bodemverbeterende middelen, die het gebruik van niet-duurzame kunstmeststoffen kunnen vervangen en bovendien kunnen bijdragen aan de opbouw van het organischestofgehalte van de bodem. Ook zet Vlaco in op de kwaliteitsopvolging van de grondstoffen van duurzame teeltsubstraten, om onder andere veen te vervangen. Zie ook het artikel over
We blijven de Europese Meststoffenverordening op de voet volgen. Vandaag de dag zijn er in Europa nog weinig tot geen CE-labels uitgereikt aan organische meststoffen, bodemverbeteraars of teeltsubstraten die compost of digestaat bevatten. Eens de nog bestaande knelpunten weggewerkt zijn, wordt CE- labelling voor compost- en digestaatproducten ook voor Vlaamse producenten mogelijk wel interessant.
Kwaliteitsopvolging in 2024: de cijfers
Het Algemeen Reglement van de Certificering beschrijft de voorwaarden voor de bedrijven om het keuringsattest voor de eindproducten te behalen. Het certificeringssysteem werd in de loop van 2024 licht gewijzigd, om een aantal verduidelijkingen aan te brengen en ook een aantal analyseparameters bij te sturen.
In 2024 zijn er 113 bedrijven opgevolgd (één extra bedrijf ten opzichte van 2023). Er zijn 215 keuringsattesten afgeleverd in 2024, ten opzichte van 235 in 2023. Dit is te verklaren door minder eindproducten per verwerkingsinstallatie. In 2024 zijn er 573 stalen genomen, ten opzichte van 585 in 2023. Er zijn 112 audits uitgevoerd in 2024.
Bij de Afdeling Kwaliteit werd in 2024 een nieuwe staalnemer in dienst genomen, Lorenz Van den Broeck. Hij kreeg intern zijn opleiding tot erkend staalnemer.
Bij de vergistingsinstallaties wordt bij audits meer en meer de nadruk gelegd op de kwaliteit van de inputstromen. De resultaten van analyses van inputstromen worden systematisch aangevuld in een databank. Hiermee kunnen we de kwaliteit van de inputstromen (en de analysewaarden) nauwgezet opvolgen en een dataset verzamelen voor mogelijke impact- en risicoanalyses.
Bij de gft-en groencomposteringen met het Vlaco-label wordt ook de oppervlakte onzuiverheden gemeten, aanvullend op de onzuiverheden uitgedrukt in gewichtspercentage. Dit laat ons toe om meer zicht te krijgen op de plastic onzuiverheden.
De kerncijfers van de kwaliteitsopvolging in 2024 zijn weergegeven in Tabel 1 en zijn grafisch weergegeven in de Figuren 1 tot en met 4.
De PFAS-problematiek blijft hoog op de agenda staan
Bij inputstromen van risicoklasse 2 en 3 moet de verwerker PFAS-analyses van de ingaande stromen kunnen voorleggen bij audits. De info wordt opgenomen in de Vlaco-databank van inputstromen. In 2024 werden op deze wijze een honderdtal inputstromen voor vergisting gescreend.
Wat betreft de eindproducten heeft Vlaco in 2024 160 analyses uitgevoerd op PFAS en beoordeeld ten opzichte van de toetsingswaarde van < 15 µg/kg DS voor de som van 17 PFAS-verbindingen. De PFAS-analyses uitgevoerd in 2024 zijn weergegeven in Tabel 2. Alle staalnames op compost- en digestaatproducten die Vlaco heeft uitgevoerd, voldoen ruimschoots aan deze toetsingswaarde.
Op basis van de analyses op compost- en digestaatproducten die Vlaco in 2024 heeft uitgevoerd, kunnen we stellen voldaan wordt voor alle milieurelevante analyseparameters Vlaamse compost- en digestaatproducten zijn nuttig en veilig te gebruiken .
Erkenningen Vlaco en externe audits in 2024
Om de activiteiten als certificeringsinstelling en erkend monsternemer te kunnen uitvoeren, beschikt Vlaco over de nodige erkenningen.
Sinds 2014 heeft Vlaco de erkenning als certificeringsinstelling om keuringsattesten af te leveren aan de verwerkende bedrijven. In 2024 heeft VITO bij Vlaco twee audits uitgevoerd: een witness-audit op het terrein en een administratieve audit op kantoor. Het resultaat van deze audits was positief, waardoor Vlaco de erkenning als certificeringsinstelling behoudt. De volgende audit is voorzien in 2026.
Vlaco voert daarnaast een bijkomende evaluatie uit van de bedrijven volgens het ECN-QAS, voluit het “European Compost Network Quality Assurance Scheme”. Meer info vind je hier. Het ECN-QAS heeft model gestaan voor de werkwijze van de certificering van compost- en digestaatproducten in de Europese Meststoffenverordening, dus deze erkenning is een interessante troef. In 2024 vond een externe audit plaats van Vlaco door de auditverantwoordelijke van ECN. Het resultaat was positief: ECN bevestigde dat Vlaco conform het ECN-QAS werkt en het logo mag blijven gebruiken op de keuringsattesten.
Volgens VLAREL moeten volgende monsternames door een erkend staalnemer worden uitgevoerd:
- monstername van compost- en digestaatproducten die bepalend zijn voor het omslagpunt van afval naar grondstof (erkenning via OVAM),
- de monsternames van mest(stoffen) in het kader van het Mestdecreet (erkenning via Mestbank),
- monsternames voor bacteriologische analyses in het kader van de Europese Verordening Dierlijke Bijproducten.
Vlaco beschikt over de nodige erkenningen als staalnemer van meststoffen, bodemverbeterende middelen en afvalstoffen en kan alle bovenstaande staalnames onder erkenning uitvoeren. In juni 2024 heeft Vlaco deelgenomen aan een technische proef voor monstername mest en afvalstoffen in het kader van de erkenning als staalnemer (Mestbank + OVAM). Tevens heeft VITO in 2024 een administratieve audit uitgevoerd van de monstername. We zijn geslaagd voor de technische proeven en werden positief beoordeeld na de audit. Bijgevolg behouden we al onze erkenningen als staalnemer.
Vlaco nam in 2024 deel aan vijf werkgroepvergaderingen van OVAM/VITO inzake laboanalyses en monsternames van afvalstoffen en mest. Zo werken we mee aan het verder stroomlijnen van de wettelijke staalname- en analysecompendia en blijven we op de hoogte van de analytische achtergrond van de eindproducten.
Uitdagingen voor 2025
Europa en ook Vlaanderen zetten volop in op meer circulariteit en het verder sluiten van kringlopen. Compost en digestaat zijn hiervan perfecte voorbeelden. Meer selectieve inzameling van afvalstoffen moet echter steeds gepaard blijven gaan met een kwaliteitsvolle verwerking tot zuivere eindproducten die een effectieve meerwaarde voor de bodem of in andere toepassingen hebben. Naast positieve effecten zoals de aanbreng van koolstof en nutriënten, moeten we ook aandachtig blijven voor de mogelijke neveneffecten bij het sluiten van de kringloop, zoals niet-genormeerde (en dus niet geanalyseerde) verontreinigingen, bedreigingen voor de bioveiligheid (zoals verspreiding van invasieve exoten en plantpathogenen), voor (plastic) onzuiverheden inclusief microplastics, … Dit geldt ook voor (nieuwe) grondstoffen waarvoor er nog geen certificeringsschema is opgesteld en voor nieuwe gebruikstoepassingen.
Vlaco zal in 2025 verder inzetten op kennisuitbreiding via extra analyses, literatuurstudie en overleg. Er wordt verder gewerkt aan de voorbereiding van de wettelijke implementatie van een informatiefiche voor afvalstoffen (inputstromen voor verwerking), die door de producenten van de afvalstof moet worden opgemaakt en ondertekend. Hierdoor zullen er meer garanties zijn voor het aanleveren van kwaliteitsvolle inputstromen en zal de ganse keten daarvoor verantwoordelijk zijn.