Hoe onderhoud je je tuinmateriaal?

Om te vermijden dat je je tuingereedschap moet vervangen of voortdurend nieuwe onderdelen moet kopen, zorg je er best voor dat het goed onderhouden wordt. Zonder goed tuingereedschap kan je immers niet goed tuinieren! Op het einde van het groeiseizoen al je ‘alaam’ netjes opbergen, is een must. Onderhoud van je gereedschap op regelmatige tijdstippen zorgt er ook voor dat jouw planten en struiken minder snel beschadigd zullen worden en dat je zelf je tuinwerkzaamheden vlot kan uitvoeren. We overlopen met jou hoe je best je tuinmateriaal onderhoudt.

Onderhoudsmateriaal

Tip 1: Zorg dat je het basisgerief in huis hebt om je tuingereedschap te onderhouden:

  • een metaalborstel
  • slechte doeken (nat en droog)
  • alcohol of solvent
  • olie
  • een vijl, slijpschijf of collicula (wetsteen)
  • een schuurmiddel en schuurspons

… zijn een minimum.

Veiligheid

Tip 2: Zorg voor aangepast, goed vast zittend schoeisel bij gebruik van bv. een (trap)ladder.

Tip 3: Bescherm gevoelige lichaamsdelen. Draag een veiligheidsbril wanneer je gereedschap slijpt, graskanten wegtrimt of de haag scheert. Draag best ook zo veel mogelijk beschermende handschoenen. Vergeet tot slot geen oorbeschermers bij apparaten die veel lawaai maken.

Tip 4: Let op met elektriciteit. Knip nooit nabij of in elektrische bedrading. Poets elektrische apparaten nooit met overvloedig veel water. Berg al jouw gereedschap buiten bereik van kinderen op.

Opbergen

Tip 5: Laat je tuingereedschap nooit buiten rondslingeren in zon, regen of wind. Berg alles op in een droge en verluchte plaats(bv. garage, tuinhuis of kelder)en bij voorkeur niet in aanraking met de grond.

Tip 6: Reinig het gereedschap. Dat kan bv. met water. Verwijder aarde, gras, plantensappen of eventuele harsen en droog daarna af met een doek. Roest krijg je er wel af met een metaalborstel.

Tip 7: Vet de metalen onderdelen van je gereedschap in, zeker indien je het gereedschap voor langere tijd opbergt.

Tip 8: Maak regelmatig wat tijd vrij voor het uitvoeren van kleine herstellingen. Gereedschap lijdt sowieso onder het gebruik. Een barstje, een loszittende schroef, een kras, een kleine vervorming, …. zijn niet altijd vermijdbaar. Meestal hebben deze ‘probleempjes’ als gevolg dat het materiaal niet meer voor de volle 100% werkt. Een herstelmoment kan dit euvel oplossen.

Materiaal dat knipt en snoeit (snoeischaren, kniptangen, heggenscharen, ...)

Onderhoud 1Tip 9: Reinig de snijbladen na elk gebruik. Gebruik alcohol of een solvent om de restjes plantensap en hars te verwijderen. Bestrijk het gereedschapsstuk eventueel met epoxyverf om het aanhechten van aarde te voorkomen. Deze epoxylaag verdwijnt tijdens het gebruik. Breng ze dus regelmatig opnieuw aan.

Tip 10: Smeer, voor het opbergen, de lemmeten in met een vettige substantie die jevoor elk gebruik weer verwijdert met een vod. Breng ook enkele druppels olie aan op scharnieren en metalen onderdeeltjes.

Tip 11: Slijp je gereedschap regelmatig. Met goed geslepen materiaal valt makkelijker te werken en beschadig je de planten minder, waardoor ze makkelijker kunnen groeien. Maak het stuk gereedschap vast met een bankschroef of ‘workmate’. Verstuif een beetje olie op het lemmet. Slijp het lemmet (in vloeiende bewegingen) naar buiten toe en hou rekening met de oorspronkelijk geslepen kant. De lemmeten van een snoeischaar moeten bv. enkel aan de buitenzijde geslepen worden. Begin dus in dat geval niet aan de binnenzijde te slijpen, want dan maak je de snede eerder bot. Droog hierna af.

Materiaal dat een steel heeft (spades, harken, schoppen, ...)

Tip 12: Reinig na elk gebruik het lemmet met water en droog daarna af. Verwijder eventueel roest van het gereedschap met een metaalborstel.

Tip 13: Breng regelmatig enkele druppels olie aan voor het opbergen.

Tip 14: Bewerk de metalen randjes met een vijl om een goed geslepen lemmet te verkrijgen.

Tip 15: Vergeet steel of handvat niet. Schuur een houten handvat regelmatig met een schuurmiddel zodat de ‘greep’ comfortabel blijft. Gebruik eventueel een blok paraffine om het zachter te maken, wrijf het goed in met een doek. Zodra je barsten of duidelijke tekenen van slijtage opmerkt, vervang je het houten onderdeel best, om snijwonden te vermijden.

Materiaal dat automatisch werkt (grasmachine, kettingzaag, elektrische heggenschaar, freesmachine, ...)

Onderhoud 2Tip 16: Vooraleer je begint te werken met een elektrisch of gemotoriseerd gereedschap, wacht altijd tot het snijvlak helemaal stil staat. Draag sowieso best altijd handschoenen.

Tip 17: Let op voor de speciale kantjes van gemotoriseerde werktuigen. Wanneer je werkt met machines die aangedreven worden door benzine, laat je na gebruik de motor afkoelen en trek je de kabel van de bougie uit om te voorkomen dat het toestel op een ongepast moment aanslaat. Controleer regelmatig het oliepeil.

Tip 18: Reinig na elk gebruik. Verwijder na elk gebruik gras, aarde, plantensappen en hars met behulp van een nylon doek, een borstel en/of een slecht doek. Indien je te werk gaat met een hogedrukreiniger, ga dan voorzichtig te werk om geen gevoelige bestanddelen nat te maken of kleine onderdelen te beschadigen.

Tip 19: Laat het snijvlak van je apparaten af en toe slijpen. Een grasmaaier trekt het gras niet uit, maar maait het. Het is dus belangrijk dat het lemmet goed snijdt. Slijp het dus op regelmatige basis. Een vervormd snijvlak dient asap rechtgeslagen te worden met een hamer. Het slijpen van een snijvlak van pakweg een elektrische haagschaar of een gemotoriseerde grasmaaier is een secuur werkje en laat je best over aan een specialist.