Ontwikkelingen in de biomethaanmarkt


Eerste stappen omzetting REDIII naar Vlaamse wetgeving

Op 17 juli 2026 werd een voorontwerp van Energiedecreetwijziging een eerste maal principieel goedgekeurd en ter advies voorgelegd aan de SERV, Minaraad en de VNR. Zo wordt formeel de basis gelegd voor onder meer de verwachte EU Union Database (biomassabrandstoffen). Ook worden, voor het voldoen aan duurzaamheids- en broeikasgascriteria, dezelfde installatiedrempels uit de Energierichtlijn (REDIII, 2023) overgenomen in Vlaamse wetgeving, onder andere: 

  • installaties voor de productie van elektriciteit, verwarming en koeling met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 2 MW of meer, in het geval van gasvormige biomassabrandstoffen; 
  • installaties die gasvormige biomassabrandstoffen produceren met het volgende gemiddelde biomethaandebiet: 
    • (a) boven 200 m3 methaanequivalent/h gemeten bij standaardomstandigheden voor temperatuur en druk, 0 °C en 1 bar atmosferische druk; 
    • (b) als het biogas bestaat uit een mengsel van methaan en ander niet-brandbaar gas, wordt voor het methaandebiet de drempel, vermeld in punt a), herberekend in verhouding tot het volumeaandeel methaan in het mengsel.

De huidige mogelijkheid om nog certificaatgerechtigd te zijn door een vereenvoudigd systeem van duurzaamheidsverklaring (VEKA) blijkt in het ontwerpdecreet enkel nog mogelijk voor installaties met hogere thermisch ingangsvermogens: ‘De Vlaamse Regering kan voor installaties die elektriciteit, verwarming en koeling produceren met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen tussen 7,5 en 20 MW vereenvoudigde verificatiesystemen vaststellen om te garanderen dat ze voldoen aan duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria…’.

Pas nadat het ontwerpdecreet een tweede maal principieel goedgekeurd is en, voorzien van advies van de Raad van State, parlementair is behandeld, kan het Energiedecreet definitief gewijzigd worden. En daarmee de basis vormen voor concrete uitvoeringsbesluiten en Energiebesluitwijzigingen. Tot dan zullen leden biogas- en biomethaaninstallaties geen impact ondervinden.

Rol van biogas, biomethaan en digestaat in nieuwe Europese Veehouderijstrategie

De nieuwe EU Livestock Strategy, goedgekeurd op 7 juli 2026, ziet veehouderij expliciet als onderdeel van de circulaire bio-economie en wil investeringen in onder meer biogas uit mest ondersteunen. De strategie duidt anaerobe vergisting op veehouderijbedrijven expliciet aan als optie om de voetafdruk te verlagen en een hogere economische duurzaamheid te bereiken. Voor het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zal de Commissie agrarische biogasproductie verder begunstigen via aanbevelingen, een toolbox en via de aan lidstaten gegunde opportuniteit om biogas- en biomethaaninvesteringen in te voegen in hun toekomstige nationale en regionale partnerschapplannen en deze financieel te ondersteunen.

Voor biogas- en biomethaanproducenten is vooral positief dat de Commissie ook de valorisatie van digestaat verder wil ondersteunen. De strategie erkent expliciet de circulaire rol van digestaat in Europa en kondigt onder meer een EU-roadmap aan voor efficiëntere en duurzamere nutriëntencirculatie: de Commissie wijst op de nakende evaluatie van de Europese nitraatregelgeving. In dit kader – zie ook het EU Fertiliser Action Plan (zie ook Vlaco-nieuwsbrief juni 2026) – wordt onderzocht of de huidige RENURE-erkenning kan worden uitgebreid naar bepaalde types van vloeibaar dierlijk digestaat. Vlaco levert samen met diverse Vlaamse stakeholders, via de VLM, data aan de EU om de toekenning van het RENURE-statuut aan bijvoorbeeld dunne fractie digestaat te kunnen verzekeren. Tot slot onderzoekt de Commissie hoe de Carbon Removal and Carbon Farmin Regulation (CRCF) de emissiereducties in de veehouderij kan waarderen.  

De EU Livestock Strategy bevat op zichzelf geen nieuwe, concrete subsidies voor biogas- en digestaatproducenten maar betekent beleidsmatig een positieve ontwikkeling en is een katalysator voor een grotere rol van biogas in de verduurzaming van de landbouw een centralere plaats van digestaat in de Europese nutriëntencirculatie.

Groei biomethaan- en bio-CO2-valorisaties in de EU

De ontwikkelingen op de Europese biomethaanmap illustreren de sterke groei van de biomethaansector in de voorbije jaren: het aantal installaties steeg van 1.023 in 2021 naar 1.678 begin 2025, en vervolgens naar 1.974 operationele installaties in juni 2026. In 2024 produceerde Europa ongeveer 5,2 miljard m³ biomethaan. De geïnstalleerde productiecapaciteit bedroeg begin 2025 circa 7 miljard m³/jaar. Minstens 86% van de Europese installaties is aangesloten op het aardgasnet, waardoor biomethaan steeds meer rechtstreeks aardgas kan vervangen. 

De groei is echter zeer ongelijk verdeeld: Frankrijk, Duitsland, Italië, Denemarken en het VK zijn de belangrijkste producenten, terwijl Frankrijk inmiddels Duitsland voorbijstreefde. Frankrijk is daarbij een uitzonderlijk groeiverhaal – eind 2025 waren er al 803 injectie-installaties – en ook Denemarken is opvallend – biomethaan vertegenwoordigde er in 2023 al ongeveer 30% van het nationale gasverbruik, tegenover circa 17% in Zweden. Italië, Nederland, Denemarken en Zweden blijven belangrijke spelers, maar kenden eveneens een gematigder recente groei. Daartegenover staan landen zoals Duitsland en het VK, waar de groei de laatste jaren sterk is vertraagd, mede door beleids- en regelgevingsonzekerheid en een terugval in financiële stimuli. 

De Europese ontwikkeling verschuift daarmee duidelijk van een nichemarkt naar een geïntegreerde markt voor hernieuwbaar gas, maar het tempo blijft sterk afhankelijk van nationale steunmechanismen, garanties/certificaten, netinfrastructuur en langetermijnbeleid. 

En ook het beleid ten aanzien van opslag of gebruik van biogene koolstof (uit biogasopzuivering) speelt daarbij een rol: de recent voorgestelde ETS-herziening kan biogene CO₂ van biomethaaninstallaties een nieuwe economische waarde geven. Vandaag is deze CO₂ vooral een nevenproduct, dat eventueel commercieel wordt verkocht. Via een centraal aankoopmechanisme vanaf 2031 wil de Commissie permanente koolstofverwijdering (BioCCS) in het ETS integreren. Biogene CO₂ die permanent wordt opgeslagen én volgens de CRCF wordt gecertificeerd, kan daardoor als koolstofverwijdering worden vergoed. De Commissie wil hiervoor 250 miljoen extra ETS-rechten veilen en de opbrengst gebruiken om gecertificeerde verwijderingen aan te kopen. Zo ontstaat voor het eerst een Europese compliance-markt voor permanente koolstofverwijdering. Dit kan in de nabije toekomst een nieuwe inkomstenstroom creëren naast de productie van biomethaan en eventuele verkoop van CO₂. Ook ETS-plichtige bedrijven zouden hun eigen fossiele emissies deels kunnen compenseren met gecertificeerde BioCCS die ze zelf realiseren.  

Toekomst distributie fossiele en hernieuwbare gassen in Vlaanderen

Enige maanden geleden gaf Vlaco reeds verslag over de Trinomics/DNV-studie en de VNR-communicaties over aardgasnet-uitfaseringen – in lijn geacht met EU decarbonisatie-ambities. Recenter op 17 juli 2026 gaf de Vlaamse Regering haar eerste principiële goedkeuring aan een nieuw decretaal kader over de waterstofmarkt en uitdienstnameplannen van het aardgasdistributie. Dit ontwerpkader concretiseert de verplichte planning over de komende twintig à dertig jaar van de afbouw van het distributienetwerk – voornamelijk dus huishoudens en KMO’s – van aardgas en biomethaan. Tegelijk biedt het een juridisch kader dat de productie en netinjectie van waterstof stimuleert en dat van biomethaan garandeert. Dit past in een grotere tendens naar maximale elektrificatie waarbij biomethaan en andere hernieuwbare gassen/RFNBO meer gekanaliseerd zullen worden naar groene industrie (moleculen) en moeilijk elektrificeerbare transportmodi en industriële hoge-temperatuurprocessen en mogelijk flexibele elektriciteitsproductie.

Het ontwerpdecreet schept het kader voor de Vlaamse Nutsregulator (VNR) voor het weigeren van aardgasaansluitingen en het afbouwen van het aardgasdistributienet. De VNR dient hiervoor regels en procedures uit te werken in lijn met het kader van de Vlaamse Regering. Terzelfdertijd wordt biomethaan voor het eerst expliciet als afzonderlijke energiedrager verankerd in het Energiedecreet, wat de rechtszekerheid voor producenten verhoogt. Bovendien krijgt de aardgasdistributienetbeheerder expliciet de opdracht om zijn net geschikt te houden voor biomethaaninjectie: nieuwe of bestaande biomethaaninstallaties mogen normaliter niet worden geweigerd voor aansluiting of toegang tot het gasnet. Positief is ook dat langlopende leveringscontracten voor biomethaan na 2049 uitdrukkelijk mogelijk blijven, terwijl dat voor fossiel aardgas enkel nog zal mogelijk zijn voor aanleveringscontracten korter dan een jaar, bij opslag van de hieraan verbonden CO2-emissies, of in geval van aardgasgebruik als procesgrondstof. 

De verplichte uitdienstnameplannen die Vlaanderen moet introduceren, verplichten Fluvius en de VNR weliswaar om systematisch werk te maken van een onderbouwde gedeeltelijke gasnetwerk-distributie. Tegelijk moeten deze plannen in lijn zijn met het Vlaams energie- en klimaatplan (VEKP), de Europese doelstelling rond klimaatneutraliteit en dienen ze te worden afgestemd met de lokale verwarmings- en koelingsplannen. De plannen moeten rekening houden met de (lokale) evoluties van biomethaanproductie, -injectie en -levering, waardoor biomethaan een volwaardige parameter moet kunnen blijven in de netplanning. De Vlaamse Regering zal bepalen wanneer voor de eerste keer de uitdienstnameplannen – tienjarig maar elke vier jaar te actualiseren – moeten worden ingediend door aardgasdistributienetbeheerder Fluvius bij de VNR. 

Voor Vlaamse biomethaanproducenten betekent bovenstaand kader waarschijnlijk meer zekerheid over injectierechten, maar tegelijk een grotere noodzaak om installaties te ontwikkelen nabij duurzame industriële afnemers of strategische gasinfrastructuur. De combinatie van de Vlaamse uitdienstnameplannen en de Europese Gas Market Package zal ertoe leiden dat het gasnet evolueert van een algemeen aardgasnet naar een doelgericht net voor hernieuwbare gassen.