Veilige en betrouwbare compost- en digestaatproducten
Meten is weten
“Meten is weten” nemen we bij Vlaco ter harte. Enkel door het kennen van de samenstelling én de eigenschappen van de compost- en digestaatproducten, kan een duurzame toepassing onderbouwd worden. Meer en meer aandacht gaat er naar contaminanten of verontreinigingen, stoffen die onbedoeld in bioafval aanwezig zijn en dus mogelijk ook in de compost- en digestaatproducten terechtkomen. Sommige contaminanten kunnen technisch uit het proces worden verwijderd, voor anderen is dat moeilijk of zelfs onmogelijk.
We onderscheiden drie categorieën van contaminanten:
- De fysische contaminanten: dit zijn ongewenste stoffen zoals plastic, metaal, glas en andere onzuiverheden die in compost of digestaat terecht kunnen komen door bijvoorbeeld onzorgvuldig sorteren. Deze contaminanten zijn vaak visueel controleerbaar en goed meetbaar.
Analytisch zijn belangrijke stappen gezet om de fysische onzuiverheden meer gedetailleerd in beeld te krijgen. Technisch zijn de labo’s al enkele jaren in de mogelijkheid om exacte waarden van gehaltes metaal, glas en plastic te rapporteren. De CMA legde echter een rapporteergrens op, zodat waarden onder die rapporteergrens niet als betrouwbaar konden worden gerapporteerd. Vlaco ijverde om de CMA aan te passen, zodat wel exacte waarden kunnen worden gerapporteerd vanaf 2025-2026. Dit geeft immers een beter beeld over de kwaliteit van de compost- en digestaatproducten.
We introduceerden met succes de parameter visuele onzuiverheden in 2019. Hierbij wordt aan de hand van een foto en digitale beeldverwerking een berekening uitgevoerd van de oppervlakte die de onzuiverheden innemen (uitgedrukt in cm²/liter). De oppervlaktemeting is een betere methode voor het weergeven van visueel zichtbare onzuiverheden in het eindproduct. Sinds eind 2024, begin 2025 is deze meting nog verder verfijnd en worden oppervlaktes apart gerapporteerd voor de fracties metaal, glas, zachte en harde plastics en overige onzuiverheden.
- De chemische contaminanten: dit kunnen zeer diverse chemische elementen of verbindingen zijn, die via het bioafval in de kringloop terechtkomen. Vele van deze verbindingen zijn op de dag van vandaag gekend: we weten dat ze in ons milieu en dus ook in bioafval kunnen voorkomen en er zijn wettelijke en kwaliteitsnormen opgesteld voor compost- en digestaatproducten. Er zijn echter ook chemische contaminanten die niet zo frequent worden geanalyseerd of waarover we nog maar weinig inzicht hebben. Voorbeelden zijn PFAS-verbindingen, medicijnresten, industriële chemicaliën en residu’s van pesticiden. Soms staan de analysemethodes zelfs nog niet op punt. Sinds september 2022 heeft Vlaco bijna 600 PFAS-analyses uitgevoerd. Alle stalen voldoen aan de toetsingswaarde van 15 µg/kg ds voor som PFAS-20. Er is dus geen risico verbonden aan het gebruik van compost- en digestaatproducten. In één op de zes stalen worden PFAS-waarden gemeten boven de rapporteergrens. Dit maakt duidelijk dat PFAS alomtegenwoordig is in ons milieu.
- De (micro-)biologische contaminanten: hieronder verstaan we ziekteverwekkers (zowel mens- en dierpathogenen als plantenziekten), onkruidzaden, zaden of delen van invasieve exoten. Deze verontreinigingen zijn visueel niet direct zichtbaar, risico’s worden vaak onderschat.
Voor compostering gelden er wettelijke hygiënisatievoorwaarden. Voor de gft-compostering zijn er in 2018 validatieonderzoeken uitgevoerd om afdoding van dierpathogenen te garanderen. De afdoding van plantpathogenen en onkruidzaden verloopt echter moeizamer en vereist striktere procesvoorwaarden. Deze zijn ruim 25 jaar geleden vastgelegd. In deze kwart eeuw zijn processen uiteraard geëvolueerd en aangepast. Daarom is Vlaco in 2025 een validatieonderzoek opgestart om de huidige composteerprocessen te evalueren op het vlak van bioveiligheid (afdoding van plantpathogenen en onkruidzaden). Er wordt gewerkt met drie indicatororganismen: tomatenzaden, Plasmodiophora brassicae en Tabaksmozaïekvirus. Door metalen kooien met de geënte pathogenen in te brengen in de compostering en deze op gepaste tijdstippen weer uit te halen en de inhoud te analyseren, volgden we het hygiënisatieverloop tijdens de compostering op drie bedrijven op (Figuur 1).
De temperatuur en het procesverloop werden opgevolgd via monitoring en staalname. Zo konden we de afdoding van drie indicatororganismen in functie van temperatuur en procesparameters opvolgen. De eerste resultaten tonen dat tomatenzaden en Plasmodiophora brassicae snel worden geïnactiveerd door temperatuurstijging en enzymenwerking tijdens het afbraakproces. Het afdoden van Tabaksmozaïekvirus verloopt moeizamer. Hiervoor is het belangrijk dat het proces optimaal verloopt, startend met een optimale C/N-verhouding (25/1 tot 30/1 of hoger), het proces mag niet vertragen of stilvallen door te veel of te weinig vocht, door te weinig zuurstof, … De afbraak van Tabakmozaïekvirus lijkt ook gelinkt aan de rijpheid van compost. Dit onderzoek wordt verdergezet in 2026. Het doel is te komen tot een aanpassing van de procesparameters (temperatuur/tijd criteria) zonder dat geraakt wordt aan de kwaliteitseisen van de compost. Het doel blijft een uitgerijpte en stabiele compost te produceren.