Waarheen met groenafval dat besmet is met ziekten/plagen of resten van invasieve exoten en quarantaine-organismen bevat?
Vlaco krijgt regelmatig vragen wat er moet gebeuren met materiaal dat specifieke ziekten, plagen of invasieve exoten bevat en of het veilig is om dit via compostering te verwerken. Voor gemeenten, groenondernemers, tuinaannemers, particulieren en landbouwers maar ook voor de composteerders is het belangrijk om te weten op welke veilige en wettelijk toegelaten manier het materiaal kan afgevoerd worden om te verwerken. Via deze webpagina willen we informeren hoe dit mogelijk is. Het is immers belangrijk voor mens en milieu dat risico’s op de verspreiding van ziektes, plagen, exoten en onkruidzaden zoveel mogelijk worden vermeden. Dit kan grote gevolgen hebben, zowel direct als indirect:
- direct: mislukken van teelten, moeilijke bestrijding van exoten, verspreiding in het milieu, …
- indirect: slechte naam voor compost en andere bodemverbeterende middelen waardoor het gebruik daalt en ook de bewezen voordelen (bv. aanleveren stabiele organische stof, betere waterinfiltratie, minder erosie, betere bestandheid van de bodem tegen droogte, aanlevering traagwerkende nutriënten, …) teniet dreigen te gaan
Indien het materiaal niet op een veilige manier kan gerecycleerd worden via compostering, moet het ook praktisch en wettelijk gezien mogelijk zijn om het materiaal op een andere, wel veilige manier te verwerken (bv. via verbranding).
Er geldt immers algemeen een verbrandingsverbod voor afvalstoffen die voor de recyclage ervan afzonderlijk zijn ingezameld (VLAREMA, Artikel 4.5.2 §1.1°). Groenafval (= het composteerbaar organisch afval dat onder meer vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken, oevers van waterlopen en wegbermen en natuurgebieden) valt dus algemeen onder dit verbrandingsverbod.
Er zijn echter situaties waarbij de selectieve inzameling met het oog op recyclage van groenafval (via compostering) niet is aangewezen, of zelfs wordt verboden via specifieke wetgeving of omwille van veiligheidsvoorschriften. Hierbij vermelden we onder andere:
- Europese, federale of Vlaamse wetgeving inzake het voorkomen van de verspreiding van invasieve exoten en plantpathogenen, waarvoor verbranding wordt verplicht, of transport afgeraden wegens het risico op verspreiding van reproductieve plantendelen;
- Gezondheidsvoorschriften die mechanische en biologische behandeling van specifieke geïnfecteerde planten(delen) afraden omwille van risico’s voor de gezondheid van mens en dier.
Inzameling en vernietiging van specifieke groenafvalstromen die onder de hierboven vernoemde omstandigheden vallen, worden niet beschouwd als recycleerbare afvalstoffen en vallen bijgevolg niet onder het verbrandingsverbod. In de registers kan dit type afval worden opgenomen met de EURAL code 20 02 03 - overig niet biologisch afbreekbaar afval. De heffingen voor verbranding van dit type afval bedragen vanaf 1 januari 2026 € 32 per ton.
Houders van dergelijke groenafvalstromen dienen dergelijke gezondheidsrisico’s of milieuhygiënische risico’s te allen tijde kenbaar te maken voorafgaand of bij het aanbieden van de stroom aan de afvalverwerkingsinstallatie. Wanneer dergelijke groenafvalstromen worden aangeboden op een vergunde composteerinstallatie kan deze installatie, op basis van de aanvaardingscriteria, de stromen weigeren. De weigering moet worden ingeschreven in het weigeringsregister, met reden van de weigering.
Elke vergunde professionele compostering moet een strikt hygiënisatieprotocol toepassen en dit kunnen aantonen. Hygiënisatie is een wettelijke verplichting, die inhoudt dat al het aangevoerde materiaal gedurende een minimale periode in het composteersysteem moet verblijven en een temperatuursverhoging moet ondergaan. Die thermofiele temperatuurpiek tijdens het composteerproces moet worden aangetoond via temperatuurmetingen.
Onderzoek heeft uitgewezen dat een compostering, die verloopt volgens de minimale hygiënisatiecriteria, een compost oplevert die vrij is van ziekten en plagen. Ook onkruidzaden en andere plantendelen zoals wortelfragmenten die kunnen ontwikkelen tot nieuwe planten, worden afgedood tijdens de compostering. De hygiënisatie wordt gegarandeerd door een combinatie van factoren. De verhoogde temperatuur gedurende een minimale termijn (thermofiele temperatuurpiek) is belangrijk. Maar ook (micro-)biologische en fysicochemische aspecten spelen een rol. Denk daarbij aan de concurrentie tussen micro-organismen en de biodegradatie van het organisch materiaal waardoor het zich niet meer kan vermeerderen.
De meeste in groenafval aanwezige ziekten/plagen en onkruiden zijn beheersbaar via de professionele compostering. Ook in het kader van de bestrijding van invasieve exoten is afvoer naar professionele compostering in de meeste gevallen een veilige verwerkingswijze. Invasieve exoten zijn planten, dieren of micro-organismen die van nature niet in Vlaanderen voorkomen, maar hier geïntroduceerd zijn door menselijke activiteit en zich massaal kunnen verspreiden ten koste van inheemse ecosystemen. Er zijn echter ook situaties waarbij er extra (wettelijke) maatregelen van toepassing zijn om verspreiding te voorkomen of om de veiligheid van de mensen die ermee in contact komen te garanderen. Dan is afvoeren naar professionele compostering geen goed idee.
Meer informatie over wat wel en niet mogelijk is, vind je in deze tabel. De lijst is niet limitatief en geeft voor een aantal specifieke risico’s weer welke maatregelen van toepassing zijn en of verwerking via compostering mogelijk is. Een groene kleur wijst op veilige verwerking via compostering, zonder extra voorwaarden. Oranje geeft aan dat compostering veilig is, maar dat er specifieke voorwaarden van toepassing zijn. Bij een rode kleur kan het materiaal niet afgevoerd worden naar professionele compostering en moet het verbrand worden. Het blijft echter steeds aan de composteerder om te beslissen of hij het gecontamineerde groenafval wil/kan aanvaarden. De risico’s worden in de lijst onderverdeeld in volgende categorieën:
- onkruid/plant/invasieve exoot
- bacterie
- schimmel
- virus
- dierlijk organisme
Aandachtspunten bij de afvoer van besmet plantmateriaal naar professionele compostering
- Het is van belang dat al het materiaal door het composteringsproces gaat en niet slechts een gedeelte van het besmet materiaal. Wanneer groenafval dat is besmet met ziekten of plagen, of restanten van invasieve exoten bevat, enkel mechanisch wordt behandeld en niet volledig door het composteerproces gaat (bv. het houtige gedeelte wordt toegepast als niet-verwerkt mulchmateriaal), is de veilige toepassing van die deelstroom als meststof of bodemverbeterend middel niet gegarandeerd . Er moet ook extra aandacht gegeven worden aan het gebruikte materiaal (container, breker, zeefinstallatie, wiellader), zodat dit geen aanleiding kan geven tot ongewenste besmetting en verspreiding van de risico’s.
- Het feit dat een pathogeen of invasieve exoot in de tabel wordt vermeld als “veilig voor compostering” (groene kleur), wil wil niet noodzakelijk zeggen dat elke composteerinstallatie dit materiaal ook kan of wil verwerken. Hiervoor dient steeds vooraf contact te worden opgenomen met de composteerinstallatie.
>> Bekijk hier voor welke risico’s de professionele compostering veilig is
Standpunt van OVAM (dd. 07.10.2025)
In Vlaanderen geldt de wettelijke verplichting om groenafval gescheiden aan te bieden en verder afzonderlijk te houden bij de ophaling of inzameling. Bijkomend geldt een verbrandingsverbod voor afvalstoffen die voor de recyclage ervan afzonderlijk zijn ingezameld. Groenafval (= het composteerbaar organisch afval dat onder meer vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken, oevers van waterlopen en wegbermen en natuurgebieden) valt dus onder dit verbrandingsverbod.
In de meeste gevallen kunnen afvalstoffen van invasieve uitheemse planten (IUS) of besmet met plantpathogenen naar een professionele composteringsinstallatie worden afgevoerd, waar hun reproductiviteitsvermogen door het composteringsproces wordt vernietigd. Er zijn echter situaties waarbij compostering van dit groenafval niet is aangewezen, omdat de gevaarseigenschappen niet door het composteringsproces worden geneutraliseerd. Het risico op verdere verspreiding van IUS of plantenziekten via de compost blijft bestaan. In dat geval is het groenafval niet recycleerbaar en is het verbrandingsverbod niet van toepassing.
Afvoer naar een verbrandingsinstallatie met de juiste vergunning heeft de voorkeur, maar in sommige situaties kan ook verbranding in open lucht1 worden toegelaten, als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is. Enkel indien het afval van de IUS in kwestie niet kan worden vernietigd door compostering, is afvoer naar verbranding toegelaten. De aanbieder van het groenafval moet daarvoor de nodige bewijslast leveren; dit kan door een schriftelijke verklaring of een verduidelijking op het digitale identificatieformulier.
Kleine hoeveelheden afval van IUS die niet recycleerbaar zijn kunnen via het huishoudelijk of bedrijfsrestafval, of via een dedicated container op het recyclagepark worden ingezameld. De soortentabel op de website van Vlaco kan reeds een houvast bieden. In deze niet-limitatieve lijst wordt risico-inschatting gemaakt voor een aantal soorten en organismen, via een kleurcode. Groenafval begraven of inkapselen in de bodem ter plaatse is in de afvalwetgeving niet voorzien, en bijgevolg ook niet toegelaten.