Koolstoflandbouw: ontwikkelingen CRCF-kader en actiedag 29/1/2026

De CRCF-verordening (11/2024) creëert een geüniformiseerd Europees kader om koolstof-verwijdering en -landbouw op te schalen. Vandaag nemen bodems, ook in Vlaanderen, steeds minder koolstof op. De Europese commissie lanceerde in januari 2026 een ontwerp van gedelegeerde verordening met methoden voor de certificering van deze koolstoflandbouw (cfr Art 4 t/m 7 en Bijlage I bij (EU) 2024/3012). 

Tot en met 19/2/2026 konden alle stakeholders zich uitspreken over deze concrete voorstellen van modelleringen, meet- en certificeringsmethodes van bodememissiereducties en koolstofopslag voor met herstel van veengebied, boomaanplant, agroforestry of het gebruik van organische meststoffen (inclusief compost en digestaat). Zoals ook op de CRCF-actiedag (29/1/2026) werd bevestigd, zullen deze methodologieën voor koolstoflandbouw normaliter in de tweede helft van 2026 worden vastgelegd in gedelegeerde handelingen van de EU. Hierdoor zal het toepassingsgebied van de certificeerbare activiteiten onder het CRCF-kader verder uitbreiden nadat eerder deze maand reeds de CRCF-methodologieën voor de toepassing van biochar (BCR), DACCS en BioCCS werden goedgekeurd. 

ECN leverde in kader van de publieke consultatie opmerkingen bij de draft van gedelegeerde verordening, maar kan samen met Vlaco alvast vaststellen dat deze géén beperkende voorwaarde bevat inzake compost en digestaat. In een eerdere versie stond namelijk dat compost en digestaat die in koolstoflandbouw gebruikt werden, dienden afkomstig te zijn van eerdere verbrande of gestorte bioafvalstromen. 

De volgende voorwaarden gelden wél om koolstofkredieten te kunnen krijgen: 

  • compost- of digestaattoepassing mag niet reeds een wettelijke verplichting zijn en moet aanvullend zijn t.o.v. de gebruikelijke landbouwpraktijk in de voorafgaande referentieperiode.
  • Wie start met de koolstoflandbouwactiviteit vóór 31/12/2027 mag als referentieperiode (minimum) 3 jaar tot 1/1/2023 hanteren. Ook moet deze activiteit gedurende 5, 10, 15 of (maximum) 20 jaar uitgevoerd worden.
  • De carbon farming activiteit moet leiden tot een aantoonbare – gemeten of gemodelleerde – netto toename van organische koolstof in de bodem of een netto vermindering van broeikasgasemissies uit de bodem t.o.v. een ‘baseline’. Hierbij moet de koolstofwinst ook gedurende de hele activiteit + 10 jaar worden gemonitord volgens een CRCF-conforme meet- of modelleringsmethode, inclusief een verplichte onzekerheidsaftrek. Hierbij dienen ook alle relevante bijbehorende emissies (bvb extra N₂O-emissies, transport of brandstofverbruik) in de berekening worden meegenomen.
  • De koolstoflandbouwactiviteit moet verder garanderen dat er geen ecologische schade wordt berokkend én verplichte co-benefits bieden inzake biodiversiteit, bodemgezondheid en vermeden landdegradatie.
  • Tot slot vereist de EC op dit ogenblik als extra additionaliteitsvoorwaarde dat de activiteit niet financieel haalbaar zou mogen zijn zonder de inkomsten van de koolstofkredieten (certificaten) o.b.v. een soort financiële haalbaarheidstest. Vooral deze laatste conditie kan in praktijk een struikelblok blijken.

Om een koolstoflandbouwproject op te starten, zullen landbouwers zich samen met een project ontwikkelaar moeten engageren om de nodige data, acties en rapporteringen, ondersteuningen te moeten leveren in functie van financiers die willen investeren in functie van vrijwillige broeikasgasemissiereducties.


Bron: Terugkoppeling workshop Greet Ruysschaert (Bron: ILVO-MARVIC project)

Bovenstaande illustraties van de CRCF-studiedag (29/1/2026) schetsen de samenhang van een goede monitoring, rapportering en verificatie (MRV). Het Vlaamse Actieplatform (VACRCF) gaf op deze studiedag enerzijds de bekommernis mee dat het MRV-systeem te complex en duur zou kunnen worden. Anderzijds gaf een groot deel van de bevraagde stakeholders (70%) de voorkeur aan een hybride stimulering (koolstofkredieten) voor de koolstoflandbouwactiviteit, waarbij de kredieten deels op basis van de inspanning en deels op basis van het eindresultaat worden toegekend.

Bovenstaande CRCF-methodologieën voor koolstoflandbouw (en bouwproducten) zullen naar verwachting later in 2026 worden vastgelegd in gedelegeerde handelingen van de EU en goedgekeurd door de Europese Raad en het Europees Parlement. Hierdoor breidt het toepassingsgebied van de certificeerbare activiteiten onder het CRCF-kader verder uit nadat eerder deze maand reeds de CRCF-methodologieën voor de toepassing van biochar (BCR), DACCS en BioCCS werden goedgekeurd. 

Om de vrijwillige markt voor CRCF-kredieten op gang te brengen, heeft de Commissie de oprichting aangekondigd van een ‘EU-buyers club’ voor kredieten voor permanente verwijdering en koolstoflandbouw in het kader van de nieuwe EU-strategie voor de bio-economie. De Commissie onderzoekt hoe zowel publieke als particuliere financiering het best kan worden gestimuleerd en hoe de inzet en opschaling van technologieën voor koolstofverwijdering kan worden versneld.