​​Wat heeft koolstoflandbouw in Vlaanderen in petto?

'Carbon farming’ en ‘carbon removals’ zijn hot topics, maar wat is de precieze inhoud? Vlaco schetst de Europese en Vlaamse ontwikkelingen inzake invulling en voorwaarden en geeft enkele concrete voorbeelden van koolstoflandbouw in Vlaanderen.

Het belang van koolstoflandbouw

Om koolstoflandbouw te kunnen plaatsen, moeten we het hebben over de klimaatverandering en diverse gevolgen ervan op milieu en mens (droogte, onregelmatigere neerslagpatronen, stormen, verstoorde waterpeilen, precaire oogsten, socio-economische spanningen, …). Diverse klimaattoppen en -plannen zijn gewijd aan het mitigeren van en adapteren aan de gevolgen van de toename van koolstofdioxide en andere broeikasgassen in onze atmosfeer. In deze broeikasgassenbalans kan landbouw een belangrijke rol spelen.

Dat belang is beginnen dagen in kader van het Kyoto Protocol (2004) en met de oprichting van het Verified Carbon Scheme in Nieuw-Zeeland – een eerste marktgebaseerde regeling om landbeheerders te stimuleren tot een beter bodemkoolstofbeheer. Met de COP21-meeting in Parijs (2015) kwam ook het initiatief om het organischekoolstofgehalte van de bodems met 4‰ per jaar te verhogen en zo CO2 uit de atmosfeer terug in de bodem te brengen als organische koolstof. De EU zet sindsdien in op het ondersteunen van koolstoflandbouw met richtlijnen en regelgeving om de koolstofprestaties beter te meten, registreren en compenseren. Koolstoflandbouw wordt ingezet om de tegen 2050 beoogde koolstofneutraliteit te bereiken.

Daar waar de “Land Use and Land Use Change and Forestry” (LULUCF)-richtlijn vooropstelt dat de koolstofreservoirs in de Europese bodem minstens gelijk moeten blijven (‘no debit rule’), ambieert de koolstoflandbouw door ‘carbon removals’ netto koolstof in de bodem en houtige biomassa op te slaan gedurende een langere tijd. Dat is geen overbodige luxe, zo getuigen de cijfers van de Bodemkundige Dienst van België die een langdurige, gestage afname laten zien van organische koolstof in de Vlaamse landbouwbodems en daarmee ook een afnemende bodemvruchtbaarheid (zie ook dit nieuwsartikel of Vlacovaria editie september 2021).

De diverse koolstoflandbouwtechnieken zijn o.a. agroforestry, een beter graslandmanagement, inzaai van groenbedekkers, meer diverse gewasrotaties, niet-kerende of toch gereduceerde bodembewerkingen, het intact laten van veengronden en/of hogere grondwaterstandbeheer. Ook het toedienen van organische bodemverbeterende middelen wordt als veelbelovende maatregel genoemd. Compost en (dikke fractie of gedroogd) digestaat bestaan namelijk uit een flinke hoeveelheid organische koolstof (OC) en kunnen door toediening een hoger OC-gehalte in de bodem realiseren. Belangrijk voor een duurzame toediening is uiteraard dat de toegevoegde nutriënten ook onder controle zijn. Diverse literatuurstudies en langetermijnveldproeven met compost tonen aan dat bij een jaarlijkse toediening van 10 à 15 ton/ha gedurende 10 jaar een absolute toename van 0,3% OC mogelijk is. Organische koolstof in de bodem is een dynamisch gegeven: organische stof zal deels mineraliseren (afbraak tot biogene CO2) maar verdwijnt niet volledig. Gemiddeld 35%, 25% en 10% van de toegediende OC via compost in de bodem blijft na respectievelijk 20, 50 en 100 jaar over. In de CO2-tool (vlaco.be/co2-tool) gaan we uit van 10% na 100 jaar.

Soil Capital
Bron: Soil Capital

Om de feitelijke koolstofwaarden in Vlaamse bodems beter in kaart te brengen, bouwde het Departement Omgeving sinds 2019 een bodemkoolstofmonitoringsmeetnet uit. Gedurende tien jaar worden op enkele duizenden meetpunten in diverse landgebruikscategorieën (bos, bouwland, grasland, ‘wetlands’, bebouwing en overig land) monsters genomen, om zicht te kunnen krijgen op het koolstofgehalte in de bodem. Dit bodemkoolstofmonitoringsmeetnet zal Vlaanderen toestaan zijn LULUCF-beleid beter te sturen: meten is immers weten. De effecten van meer bodemorganische stof kunnen we zien en ervaren: een betere bodemstructuur, een hogere voorraad traagwerkende nutriënten, pH-buffering, een diverser microbiologisch bodemleven, verhoogde waterinfiltratie en verminderde erosie, een meer droogtebestendige bodem, ...

Welke koolstoflandbouwsystemen kent Vlaanderen in 2023?

In Vlaanderen zijn er anno 2023 twee ‘marktgebaseerde’ koolstoflandbouwsystemen: CLAIRE en Soil Capital.

Claire

CLAIRE

CLAIRE ondersteunt sinds 2021 lokale initiatieven gefocust op het vermijden van CO₂-uitstoot en het verhogen van CO₂-opslag. Via een marktplatform verbinden zij projectaanbieders die CO₂ verminderen met de zogenaamde compenseerders; dit zijn bedrijven, instellingen, gemeenten, etc.. die streven naar meer klimaatneutraliteit door hun uitstoot te compenseren.

In de landbouwsector zijn er tal van mogelijkheden om CO₂ te reduceren, denk aan CO₂-opslag in de bodem door het aanplanten van specifieke gewassen, het inwerken van oogstresten of het gebruik van organische bemestingsproducten zoals compost of stalmest. De landbouwer moet, om in aanmerking te komen voor een project, een goedgekeurd projectplan uitvoeren bestaande uit minstens twee koolstoflandbouwtechnieken, waarvan minstens één vernieuwend is voor het bedrijf. De landbouwer engageert zich om minstens tien jaar de goede praktijken voort te zetten. Blijvend grasland mag tijdens deze periode niet worden gescheurd. Voor de percelen in de overeenkomst moet er een koolstofanalyse worden uitgevoerd bij aanvang en na het zesde projectjaar. De landbouwer levert aan CLAIRE bewijzen dat hij het projectplan correct uitvoert d.m.v. facturen, foto’s, attesten, bodemanalyses, etc. Hij kan zelf mee de prijs van de koolstofkredieten bepalen, maar doorgaans bedragen de prijzen 55 à 65 euro/ton CO₂ waarvan CLAIRE 5 euro/ton CO₂ inhoudt. Een eventuele extra compensatie is mogelijk indien na het zesde jaar blijkt dat het organischestofgehalte van de bodem méér dan 0,3% steeg in absolute termen t.o.v. de meting in het eerste jaar.

Een compenseerder betaalt een eenmalig toegangstarief aan het platform en tekent in voor drie jaar. Aan een project van zes jaar zijn dus twee compenseerders (elk tekent in voor een periode van drie jaar) gekoppeld die de geattesteerde koolstofkredieten ontvangen en kunnen gebruiken om hun negatieve CO2-balans te compenseren.

De beschreven methodiek is opgesteld (1) door de BDB en de Boerenbond (ISP) die voor diverse bodemmaatregelen of andere goede praktijken een potentiële opslag aan koolstof (en dus CO₂) berekent. De methodiek en koolstofkredietberekeningen worden gecontroleerd en jaarlijks gevalideerd door het binnen CLAIRE opgerichte wetenschappelijk adviescomité (WAC), samengesteld uit toonaangevende, onafhankelijke wetenschappers. Dit garandeert dat CLAIRE-projecten aan de ISO14064 norm voldoen.

Meer info: claire-co2.com.

Soil Capital

Soil Capital

Het van oorsprong Britse Soil Capital (°2013) stelt de landbouwer centraal: het veranderende klimaat is enerzijds een toenemend probleem voor landbouwers terwijl anderzijds diezelfde bodembeheerders door regeneratieve landbouw mee de sleutel kunnen zijn om klimaatopwarming tegen te gaan en op een duurzamer wijze voedsel te produceren. Na een focus op Engeland en Frankijk is Soil Capital nu ook gevestigd in België, waarbij sinds dit jaar ook voluit de Vlaamse kaart wordt getrokken door middel van samenwerkingsprojecten met organisaties in de agrovoedingssector zoals Arvesta, Alken-Maes, Dossche Mills en Paniflower. Deze zijn vragende partij naar koolstofcertificaten om de sector-voetafdruk te reduceren (‘in-setting’). Zo beheert Soil Capital in 2023 een totale portefeuille aan projecten met 506 landbouwers voor circa 200.000 ha aan landbouwgrond.

Soil Capital ontwikkelde een koolstofbetalingsprogramma dat landbouwers helpt om hun koolstofverhoging te berekenen (MySoilCapital-tool), te beheren en er een verdienmodel van te maken via koolstofcertificaten. De online tool wordt door landbouwers gebruikt bij de start (‘nulmeting’) van het traject en tijdens de jaarlijkse evaluaties van de broeikasgasbalans van het bedrijf. Technieken voor koolstoflandbouw zijn o.a. lager kunstmest-/energieverbruik, agroforestry, aangepast graslandbeheer en grondbewerking en koolstofvastlegging in de bodem (door bv. compost of digestaat). De tool geeft, op basis van alle inputs, een simulatie van de ecologische voetafdruk van de landbouwer. Hierbij houdt de MySoilCapital-tool steeds rekening met drie broeikasgassen, namelijk de emissies en pools van CO2, CH4 en NO2. Deze worden samengevoegd tot één indicator en uitgedrukt als CO2-equivalenten.

Een landbouwer die samenwerkt met Soil Capital engageert zich om de acties, evaluaties en controles minimaal vijf jaar lang voort te zetten. In die periode kan tot 80% van de koolstofcertificaten (equivalent aan de door koolstoflandbouw gecreëerde CO2-reducties) vermarkt en uitgekeerd worden. Na het vijfde jaar is een nieuwe bodemanalyse verplicht. Tussen jaar zes en jaar vijftien (retentieperiode) behoort de landbouwer de gereduceerde en/of opgeslagen CO2-equivalenten minstens op een zelfde peil te houden. Pas in de jaren tien tot vijftien kunnen de resterende 20% van de certificaten uit de eerste jaren worden verkocht. Dat gebeurt dus enkel nadat Soil Capital kon verifiëren dat de bodem de koolstof die tijdens het programma door de landbouwer is toegevoegd, effectief heeft vastgehouden. Soil Capital claimt dat een landbouwer door een combinatie van verschillende koolstoflandbouwtechnieken gemiddeld 0,5 à 2 ton koolstof per hectare per jaar kan opslaan en dat een landbouwer hieraan minimaal € 27,5 per ton CO2-equivalent (één certificaat) verdient. Of nog, stel dat er 1 ton C/ha,j wordt opgeslagen (3,6 ton CO2/ha,j), dan verdient de landbouwer minimaal 100 euro/ha,j. De certificaten worden jaarlijks gegenereerd en verkocht door Soil Capital's partner South Pole, een expert in de koolstofmarkten wereldwijd.

Meer info: soilcapital.com. Zie ook Vlacovaria editie maart 2023.

GLB

Een derde vergoedingssysteem voor koolstoflandbouw is een overheidsmaatregel ingebed in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Eind 2022 keurde de Europese Commissie het Vlaamse GLB-strategisch plan goed. Dit plan voorziet voor de eerste maal ‘ecoregelingen’. Dit zijn steunmaatregelen voor vrijwillig toegepaste milieuvriendelijke landbouwpraktijken. Er zijn ecoregelingen voor o.a. erosiebestrijding, vruchtwisseling met leguminosen, de teelt van milieuvriendelijke, biodiversiteitsvriendelijke en/of klimaatbestendige gewassen en het verhogen organisch koolstofgehalte bouwland. Landbouwers vragen deze ecoregeling aan via een verzamelaanvraag. De eerste keer kon dit al in maart-mei 2023. Onder deze ecoregeling kan een composttoediening van 10 ton/ha  – onder voorwaarden – vergoed worden aan 130 euro/ha. Een additionele vergoeding van 60 euro/ha is mogelijk als de percelen goed scoren op vlak van OC-gehalte en pH.

Deze verschillende systemen onthullen al enigszins de uitdagingen waarmee koolstoflandbouw gepaard gaat:

  • Is de actie van de koolstoflandbouwer ‘additioneel’ (méér dan wat er normaliter zou gebeuren) en ‘permanent’ (gerealiseerd over een voldoende lange periode)?
  • Hoe lang blijft een koolstofkrediet of koolstofcertificaat geldig/verhandelbaar?
  • Welk geüniformiseerd model van bodemorganische koolstof of CO2-equivalenten moet er gebruikt worden? Moet dit al dan niet worden gecombineerd met metingen (o.b.v. geüniformiseerde bodemstaalnames, analysemethoden en/of satellietdata)?
  • Moeten de praktijken nog aan andere specifieke duurzaamheidscriteria voldoen?
  • Hoe moet er gemonitord en gecertificeerd worden? En tegen welke meerprijs?
  • Welk evenwicht is wenselijk tussen overheids- en marktsystemen voor koolstofvergoedingen?
  • Hoe blijft koolstoflandbouw voldoende eenvoudig en wervend voor de landbouwers?

Verdere verfijning van de verdienmodellen: Europese en Vlaamse initiatieven

Op Europees niveau is in 2021 een Technical Guidance Handbook uitgebracht dat de mogelijke resultaatgebaseerde verdienmodellen analyseert voor vijf koolstoflandbouwtechnieken. Hierop volgde eind 2021 een communicatie van de Europese Commissie (EC Communication on Sustainable Carbon Cycles) over wenselijke acties in functie van de knelpunten en opschaling van koolstoflandbouw. Voorts zou de Hernieuwbare Energierichtlijn (RED III, die in 2023 aangepast moet worden) hogere doelstellingen voor de LULUCF-inventaris vooropstellen (lees: ambitieuzer dan de ‘no debit rule’).

Tot slot heeft de Europese Commissie eind 2022 een voorstel gelanceerd om tot een Europees framework te komen van Carbon Removal Certification (CRC). De aansluitende debatten en amendementen vanuit commissies ENVI en AGRI van het EP in 2023 stuwen de opmaak van dit Europees certificatiekader dat onder meer op koolstoflandbouw van toepassing zal zijn.

Op Vlaams niveau heeft het LIFE-project CarbonCounts (2021-2023, ILVO en Dept. L&V) een belangrijke aanzet gegeven voor het opschalen van koolstoflandbouw. Dit project realiseerde een systeemanalyse van verschillende koolstoflandbouw(verdien)modellen en gaf de aanzet tot een geodataplatform ter registratie en monitoring van koolstoflandbouw (met een bodempaspoort gelinkt aan een koolstofcalculatietool). Het project peilde ook hoe de inspanningen van de Vlaamse landbouwers in rekening gebracht kunnen worden in de broeikasgasinventaris. Die inventaris dient voor de internationale rapportering van wat elke EU-lidstaat realiseert inzake klimaatdoelstellingen. De belangrijkste output van CarbonCounts is de Vlaamse koolstoflandbouwroadmap die de nood aangeeft van de oprichting van een driekoppig netwerk, namelijk een Monitoring, Reporting, Verification (MRV)-netwerk, een financieringsnetwerk en een navigatienetwerk. Elk netwerk heeft andere doelstellingen maar gezamenlijk zijn de drie netwerken cruciaal om koolstoflandbouw geloofwaardig te kunnen opschalen in Vlaanderen.

Vlaco en koolstoflandbouw in de toekomst

Enerzijds is het belangrijk dat de potentiële rol van compost- en digestaatproducten in de koolstoflandbouw gekend is in de landbouwsector. Vlaco engageert zich om, in samenwerking met relevante belangenorganisaties of teeltbegeleiders, kennis en informatie over compost- en digestaatproducten te verspreiden.

Anderzijds wil Vlaco er voor zorgen dat de composterings- en vergistingssector op de hoogte is en blijft van de afzetmogelijkheden in het kader van een duurzame koolstoflandbouw.

Enerzijds is het belangrijk dat de potentiële rol van compost- en digestaatproducten in de koolstoflandbouw gekend is in de landbouwsector. Vlaco engageert zich om, in samenwerking met relevante belangenorganisaties of teeltbegeleiders, kennis en informatie over compost- en digestaatproducten te verspreiden. Anderzijds wil Vlaco er voor zorgen dat de composterings- en vergistingssector op de hoogte is en blijft van de afzetmogelijkheden in het kader van een duurzame koolstoflandbouw.

Elk van de verschillende huidige compensatiemechanismen in Vlaanderen biedt perspectieven. Sommige stakeholders zien de meerwaarde eerder in de ecoregelingen, al dan niet in combinatie met vergoedingen ingeschreven in Burgemeesterconvenant (2). Voor dit laatste is het een aandachtspunt om koolstoflandbouwacties zoveel als mogelijk op gemeentelijk niveau door te voeren. Andere stakeholders hebben vooral sympathie voor het wervende, meer commerciële karakter van systemen als CLAIRE en Soil Capital. Hoe dan ook zullen landbouwers langetermijnengagementen voor circulaire landbouw moeten aangaan. Certificatie van de CO2-prestaties zal de norm worden voor wie een vergoeding wenst voor koolstoflandbouw.

Dit artikel is gebaseerd op de presentaties die werden gebracht naar aanleiding van Vlaco’s symposium op 20 juni 2023. Deze presentaties kan je (opnieuw) bekijken via vlaco.be/symposium2023

 


1 In kader van het project Landbouwers-Koolstofbouwers en gebaseerd op onder andere bevindingen uit de langetermijnproef met Vlaco-compost in Boutersem.

2 Een instrument dat steeds meer evolueert naar het Lokale Energie en Klimaatplannen (LEKP) dat gemeenten opstellen.