Meerjarige compost- en digestaatproef Ingooigem

Sinds 2016 volgt het Proefcentrum voor Groenteteelt (PCG) een praktijkperceel met groenterotatie op. Dit perceel met zandleembodem is gelegen in Ingooigem en bestaat uit zes objecten, telkens met vier herhalingen. De groenterotatie bevat vijf gewassoorten, waarbij men in 2016 startte met bonen, gevolgd door bloemkool, aardappel, suikerbiet en prei. In 2021 startte de rotatie opnieuw en plantte men weer bonen. Het doel van deze meerjarige proef is om te onderzoeken of digestaatproducten een goed alternatief zijn voor de huidige bemestingspraktijken.

Wat onderzoekt PCG in Ingooigem?

Tijdens deze langetermijnproef onderzoekt men het effect van verschillende meststoffen op de opbrengst en de bodemchemische eigenschappen van het perceel. Naast de klassieke bemestingsstrategie (runderdrijfmest, runderstalmest en kunstmest), bekijkt men ook de effecten van verschillende vloeibare digestaatproducten (dunne fractie en effluent). In één behandeling wordt dunne fractie samen met  groencompost toegepast.

 
Toegepaste producten:
Runderdrijfmest of runderstalmest (enkel 2018)
Ruw digestaat
Dunne fractie digestaat
Dunne fractie digestaat aangevuld met groencompost
Effluent na biologie van dunne fractie digestaat
Halve dosis runderdrijfmest of runderstalmest (enkel 2018) aangevuld met kunstmest (APP1)

Tabel 1: Toegepaste producten in langetermijnproef Ingooigem

 

Afb 1
Overzichtsfoto van het proefveld in Ingooigem, de proef situeert zich onderaan het perceel.

Alle toepassingen werden aangevuld met kunstmest tot het bemestingsadvies voor een specifieke teelt ingevuld was, rekening houdend met de normen van het mestactieplan. De vloeibare digestaatproducten die in deze proef gebruikt werden, zijn interessante (organische) meststoffen voor gebruik op Vlaamse landbouwbodems vanwege hun bemestende waarde en stikstofwerkzaamheid (zie tabel 1).

Afb 2
Tabel 2: Vloeibare digestaatproducten met inbegrip van de belangrijkste kenmerken, type meststof en duurzaam gebruik.

De digestaatproducten in de proef varieerden vooral in fosforinhoud over de jaren heen (zie figuur 1). De producten komen niet steeds van dezelfde digestaatproducent. De variabiliteit in samenstelling per producent is doorgaans kleiner dan deze tussen producenten, maar het blijft aangeraden om de samenstelling op te vragen.

Afb 3

Afb 4

Afb 5

Figuur 1: Variabiliteit in samenstelling van ruw digestaat, dunne fractie digestaat en effluent die in de langetermijnproef gebruikt werden.
 

Digestaat, wat levert dat op?

De belangrijkste vraag in deze proef is of de toepassing van de digestaatproducten leidt tot een gelijke of zelfs betere opbrengst dan de gangbare praktijk, namelijk runderdrijfmest of runderstalmest. Bij elke producttoepassing werden de werkzame stikstof, fosfor en kalium steeds gelijkgetrokken.

Afb 6

Figuur 2: De opbrengst bij de verschillende gewassoorten per object, waarbij doorheen de jaren verschillende toepassingen met digestaatproducten bekeken werden, relatief tegenover de toepassing van de rundermengmest of runderstalmest. De rode lijn bij de preiteelt in 2020 duidt aan dat er twee plantdata en preirassen bekeken werden tijdens dit jaar (links en rechts van de rode lijn). De asterisken in verschillende kleuren duiden (onderlinge) significante verschillen aan.
 

De belangrijkste resultaten zijn:

  • Bonen behandeld met dunne fractie digestaat geven een hogere opbrengst dan het effluent, maar er is geen significant verschil met de drijfmest. In 2021 kon men geen significant verschil optekenen.
  • Bloemkolen behandeld met ruw digestaat leiden tot een hogere opbrengst dan halve dosering drijfmest met APP.
  • Aardappelen behandeld met stalmest met APP geven de hoogste opbrengst, gevolgd door de behandeling met ruw digestaat.
  • Bij prei in 2020 waren er twee plantdata en twee rassen in de proef. Daarom mogen we geen onderlinge verbanden in de opbrengst bekijken. Dit kan enkel tussen de eerste vier objecten en de laatste twee. Onderling waren daar geen verschillen in opbrengst op te merken.

Verder volgt men ook bodemchemische parameters zoals pH, zoutgehalte,… op. Tussen de objecten onderling zijn er geen grote effecten waargenomen. Waargenomen verschillen hebben voornamelijk te maken met het verschil in startsituatie van ieder object. In het algemeen valt een dalende trend van de pH in al de objecten op (zie figuur 3).
 

Afb 13

Figuur 3: Effect van de verschillende producttoepassingen op de pH binnen de verschillende objecten doorheen de jaren (2016 tot 2021). Tijdens deze jaren werden verschillende gewassoorten in de teeltrotatie geplant.

Digestaat en organische stof: gaat dat hand in hand?

De proef bevindt zich op een zandleembodem: uit metingen van PCG blijkt het perceel 1,17% koolstof te bevatten. Om de jaarlijkse afbraak van organische stof in zandleembodem te compenseren, moeten landbouwers minimaal 850 kg organische koolstof per ha toedienen (zie tabel 3).
 

Afb 7
Tabel 3: De hoeveelheid effectieve organische koolstof die toegediend moet worden, per bodemtype, om de jaarlijkse afbraak van organische koolstof te compenseren, onafhankelijk van het gebruik van deze bodem.


Vloeibare digestaatproducten dragen slechts beperkt bij aan de opbouw van organische koolstof in de bodem. Om het organischekoolstofgehalte op peil te houden en tegelijk organische meststoffen zoals digestaat te gebruiken, vormt de combinatie van dunne fractie en groencompost een goede optie. Met behulp van de Demeter-tool, kan men voor een bepaalde producttoepassing – al dan niet met de toepassing van bodembedekkers – theoretisch berekenen hoe het koolstofgehalte in de bodem evolueert (zie figuur 4). De combinatie van dunne fractie digestaat en groencompost levert een mooi resultaat op.
 

Afb 8

Figuur 4: Theoretische evolutie van het koolstofpercentage in de bodem (rode lijn), berekend met behulp van de Demeter-tool, bij gebruik van dunne fractie digestaat, gecombineerd met groencompost. De aanbreng van organische koolstof vanuit de verschillende toepassingen in de langetermijnproef varieert sterk (zie onderstaande tabel).
 

Afb 9
Tabel 5: Aanbreng van organische koolstof door de meststoffen en bodemverbeterende middelen bij de zes bemestingsstrategieën van de langetermijnveldproef in Ingooigem.


Als ook de aanbreng van organische koolstof vanuit de teelt in rekening gebracht wordt, kunnen we inschatten in welke behandelingen er voldoende organische koolstof (tabel 5) toegediend wordt. Voor een zandleem bodem is dit 850 kg OC/ha per jaar. In tabel 6 zijn deze in het groen aangeduid. Enkel de combinatie van dunne fractie digestaat met groencompost kan het organischestofgehalte van de bodem alle jaren en bij alle onderzochte gewassoorten op peil houden.
 

Afb 10
Tabel 6: Aanbreng van organische koolstof door de meststoffen, bodemverbeterende middelen en de teelten bij de zes bemestingsstrategieën van de langetermijnveldproef in Ingooigem.


Bij het gebruik van digestaat houdt de landbouwer best rekening met het principe van de vier J’s voor een optimale bemesting (zie figuur 5).

Afb 12

Figuur 5: De zogenaamde ‘4 J’s’.: een vruchtbare bodem en een correct gebruik van meststoffen dragen bij aan het succes van elk landbouwbedrijf. Meer info op b3w.vlaanderen.be.


Juiste mestsoort

Er zijn zeer uiteenlopende types mest en meststofsoorten op de markt die allen een anderen nutriëntensamenstelling hebben, maar ook een andere fysische vorm en een andere werking.

  1. Organische bodemverbeteraars: producten met een (zeer) lage stikstofwerking, maar hoog gehalte aan stabiele koolstof, zoals groen- of gft-compost en dikke fractie of gedroogd digestaat.
  2. Organische meststoffen met lage gehaltes aan organische stof: producten met een relatief hoge stikstofwerking, maar weinig stabiele koolstof, zoals varkens- of runderdrijfmest. Ook ruw digestaat valt hieronder.
  3. Meststoffen met een hoog gehalte aan mineralen: producten met een zeer hoge werking, zoals kunstmest. Effluenten, dunne fracties en mineralenconcentraten sluiten het sterkst aan bij deze groep. Bij een recente rondvraag zagen de bevraagden het meeste toekomst in het inzetten op kunstmestvervangers geproduceerd uit mest en/of digestaat.

Juiste dosis

De juiste dosis wordt bepaald door de behoefte van het gewas enerzijds en de samenstelling, nutriëntenverhoudingen en stikstofwerking van het product anderzijds. Ook de bodem kan een deel van de nodige nutriënten leveren. Op basis van deze info kan men afwegen welke digestaatproducten interessant zijn: traagwerkend of snelwerkend, basisbemesting, kunstmestvervanging,… Finaal dient uiteraard ook de bemestingsnorm in acht genomen te worden. In ruw digestaat is – net zoals dikke fractie en gedroogd digestaat – het fosfaatgehalte de limiterende factor, terwijl dit in de andere digestaatproducten meestal eerder de werkzame stikstof is.

Juiste tijdstip

Het juiste tijdstip van toedienen hangt af van het type meststof, het moment van inzaaien of planten en de opname door het gewas. Bij veel digestaatproducten is het tijdstip van toediening crucialer dan bij drijfmest, omdat de stikstof in digestaat vlugger beschikbaar is. Om de uitspoelingsverliezen te beperken, wordt de meststof vlak voor het inzaaien of planten toegediend. Ruw digestaat, dunne fractie digestaat en effluenten kunnen ingezet worden als basisbemesting bij teelten die in het voorjaar worden geplant of gezaaid. Van de drie digestaatproducten, zal effluent het snelst zijn nutriënten beschikbaar stellen.

Juiste bemestingstechniek

In digestaat is 60 tot 80% van de totale stikstof onder ammoniakale vorm aanwezig. Dit maakt het emissiearm toedienen nog belangrijker om verliezen aan stikstof onder de vorm van ammoniak te beperken. Digestaat injecteren of aanbrengen via sleepslag leidt tot de grootste reductie in stikstofverliezen.

Conclusie

De langetermijnproef in Ingooigem toont aan dat digestaatproducten een goed alternatief bieden voor runderdrijfmest of -stalmest. De opbrengst is doorgaans zeer gelijkend – voor aardappelen was de opbrengst voor bepaalde toepassingen in de proef zelfs groter. De combinatie van digestaatproducten met organisch bodemverbeterende middelen zoals groencompost, biedt naast de bemestende waarde ook het voordeel dat het koolstofpercentage in de bodem op peil blijft.

Meer info: vlaco.be/digestaat-in-landbouw

Dankjewel aan Lore Lauwers (PCG) voor haar presentatie tijdens 30 jaar Vlaco.

 


1 Ammoniumpolyfosfaat