Veenvervanging over de grenzen heen
Vlaco onderzoekt in kader van het Cmartlife-project, maar ook met eigen onderzoeksmiddelen, al vele jaren naar mogelijke veenvervangers. Compost heeft hierbij heel wat potentieel, maar uiteraard zullen veenvrije substraten een mengsel van verschillende inputstromen moeten zijn.
Sinds juni 2024 werkt Vlaco ook mee aan het Horizonproject Hort2thefuture. Dit project zet met onder andere veenvervanging in op een duurzamere sier- en groenteteelt. De Deense partners Aarhus University en Pindstrup organiseerden daarom op 30 en 31 oktober 2024 een werkbezoek in Denemarken. Hieronder enkele onderwerpen die tijdens dit bezoek aan bod kwamen.
Queen Flowers op weg naar veenvrije substraten
Queen Flowers, een toonaangevend bloemenmerk op de Deense en Europese markt, zet de laatste jaren heel hard in op duurzaamheid. Een van de aspecten hierbij is veenvervanging in het substraat. Het bedrijf verwacht hierdoor een verlaging van hun CO2-voetafdruk van 5 à 10%. Op zich is dit niet zoveel, omdat het productieproces en transport ook heel wat energie vergen.
Volgens Kai Lønne Nielsen, R&D Manager, is het ‘de gemakkelijke keuze’ om bij substraten met veen te blijven. Omschakelen naar veenvrije substraten zal niet heel gemakkelijk zijn, maar ook niet onmogelijk. Queen Flowers ziet dit op middellange termijn (binnen een drietal jaar) wel haalbaar. Het bedrijf doet hierbij ook beroep op de kennis van onderzoekers bij universiteiten en potgrondfabrikanten. Daarnaast testen ze zelf heel wat zaken uit.

Figuren 1 & 2: Kai Lønne Nielsen toont de proeven met veenarme substraten die ze momenteel uitvoeren.
Naast Hort2thefuture werken een aantal Deense partners ook nog in andere projecten samen rond veenvervanging. Zo focust het BIOSUBSTRATE-project op het screenen van nieuw materiaal, bekijkt men het potentiële gebruik van deze alternatieven en of ze in grote hoeveelheden beschikbaar waren. Het vervolgproject BIOSUBSTRATE 2.0 richt zich meer op het combineren van alternatieve materialen om het beschikbare volume te vergroten ter vervanging van traditioneel veen.
De materialen die bij Queen Flowers gebruikt worden, zijn bijvoorbeeld houtvezel, compost van wilgen en biovezel gemaakt uit digestaat.
Biofiber: ook eindproduct van vergisting inzetbaar als veenvervanging
De vergistingssector is nu al heel belangrijk in Denemarken, maar tegen 2040 verwachten ze nog een verdubbeling van de capaciteit. De afzet van digestaatproducten wordt dus de komende jaren ook nog belangrijker. AST zet in op het produceren van ‘biofiber’. Dit is een vezelproduct dat ontstaat uit de dikke fractie digestaat. Deze biofiber heeft heel wat potentieel als substraat voor champignonteelt en kan ook dienen als veenvervanging.


Figuren 3 & 4: Processchema van de productie van ‘Biofiber’

Figuren 5 & 6: ‘Biofiber’ in losse en gepelletiseerde vorm
Pindstrup zet op korte termijn stap naar 50% minder veen
Pindstrup, een van ’s werelds grootste substraatproducenten, zoekt ook volop naar veenvervangers. Stabiliteit, beschikbaarheid en constante samenstelling zijn hierbij sleutelbegrippen.
Het bedrijf investeren volop in de productie van houtvezel. Dat doen ze via stoom, dus niet via mechanische vervezeling in een extruder. Het resultaat is een heel luchtige zachte houtvezel en barst van het potentieel.

Figuur 7: een beeld van de gestoomde vezels.
Daarnaast wil het bedrijf ook gecomposteerde of gerijpte schors, designercompost (gemaakt uit een vaste verhouding van diverse plantaardige stromen die speciaal voor compostering geteeld worden) en biofiber gebruiken.
We volgen de ontwikkelingen alvast op de voet!

Figuur 8: Svend Erik Lanng toont de veenvervangers op de productiesite van Pindstrup in Kongerslev.

